Bloedtransfusie

Bloedtransfusie.

bloedtransfusie aplastische anemieTransfusie ook wel bloedtransfusie genoemd is het bloed van een bloeddonor overbrengen in de aderen van de ontvanger. Donor en ontvanger moeten wel dezelfde bloedgroep hebben.

Bloedtransfusie in het verleden.

Voor zover bekend heeft de eerste bloedtransfusie plaats gevonden in 1492. Paus  Innocentius VIII kreeg bloed toegediend. Het is echter onbekend of dit bloed in de aderen terecht kwam. Of dat het gewoon opgedronken is. In 1665 is de eerste bloedtransfusie tussen twee honden gedaan. Via een zilveren buisje werd de slagader van de ene hond aan de ader van de andere hond verbonden. De donorhond is dood gebloed, waarna de ontvangende hond deze transfusie  overleefde.

De eerste  transfusie op een mens was op 15-06-1667. Waar een jongen het bloed van een lam kreeg. Het is echter onmogelijk om menselijk bloed met dierlijk bloed mengen. Dit veroorzaakt meteen een acute en ernstige afweerreactie. Later in 1667 werd de eerste transfusie van mens naar mens uitgevoerd. De slagader van de ene persoon werd verbonden met de ader van de andere persoon. Dit ging soms goed en vaak ook niet. Met als gevolg dat in 1670 bloedtransfusies verboden werden.

Rond 1850 werden de experimenten weer hervat. Met als regel dat alleen menselijk bloed gegeven zou worden in een levensbedreigende situatie. 1 op de 3 patiënten overleefde de transfusie niet.

In 1901 werden dan eindelijk de bloedgroepen ontdekt.  Er bleek een A, B, AB en 0 groep te zijn. Hierdoor overleefde veel meer mensen de transfusie. In 1937 werd vervolgens de resusfactor ontdekt. In 1943 werd een stof ontdekt, wat het stollen van bloed tegenhield. Voor 1943 moesten bloedtransfusies altijd direct van de ene naar de andere persoon gedaan worden. Door deze stof en het koelen van bloed kon het bloed enige tijd bewaard blijven. Tijdens de tweede wereldoorlog werd in Engeland de eerste bloedbank opgericht.

Bloedtransfusie in het heden.

Tegenwoordig wordt het afgenomen bloed eerst gecentrifugeerd, zodat verschillende componenten ontstaan. Namelijk in erytrocyten ( PC, Packed Cells), trombocyten en plasma. Transfusies van leukocyten zijn nog niet mogelijk.  Als een zakje met daarin een bloedproduct klaar is wordt er altijd een kruisproef uitgevoerd.

Tijdens een kruisproef wordt het bloedproduct geïncubeerd met het serum van de ontvanger. Als er samenklontering  optreedt is transfusie niet mogelijk en moet er een nieuw bloedproduct aangemaakt worden. In spoedsituaties wordt altijd bloedgroep 0- gegeven.

Als het bloedproduct geschikt is bevonden krijg je een infuusnaald in een ader. Meestal is dit in je hand of in je arm. Er wordt dan een lijn (dun slangetje) aangesloten op de infuusnaald. Aan die lijn wordt een zakje met het bloedproduct aangesloten. Door middel van een apparaatje loopt het bloedproduct je lichaam in op een bepaalde snelheid. Als het zakje leeg is, wordt de lijn nog nagespoeld met een zoutoplossing.

De risico’s van een bloedtransfusie.

Tegenwoordig zijn de risico’s op besmetting door transfusie erg klein. Donoren worden uitgebreid gescreend op het hebben van ziektes. Zo worden bijvoorbeeld de zakken bloed een paar maanden opgeslagen, omdat hiv pas na een paar maanden zichtbaar is in het bloed.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *